29/11/2025, Fakkeltheater, Antwerpen
Wederom was ik vergeten tijdig tickets te kopen. Het liefst was ik met de echtgenoot en mijn ouders in mijn heimat – de stille Kempen – naar Groenten uit Balen gaan kijken, maar helaas, de laatste beschikbare plaatsen leidden ons naar het verre Antwerpen. Toevallig de heimat van de echtgenoot. Mijn ouders zijn geen toneelgangers, ik heb moeten aandringen voor ze mee wilden. Ik wilde het graag delen met hen omdat de fabriek heel erg verweven is met onze familiale geschiedenis. Mijn vaders vader werkte in de Vieille Montagne ten tijde van de staking. Papa was toen zestien en herinnert zich er alleen vaag nog iets van: “Opeens kwam er geen geld meer binnen en moesten we rekenen op liefdadigheid.” Niet lang na deze tumultueuze periode nam hij zelf een job aan in de fabriek. Hij heeft er tot aan zijn pensioen gewerkt.
Toen mijn moeder zwanger was van mij kochten mijn ouders een fabriekshuis in Wezel. Mol Wezel, níet Balen Wezel. Het is een gehucht dat verdeeld ligt over beide gemeentes, maar als kind was mijn repliek op de vraag van mijn (maternale) Limburgse grootvader “En Betteke, hoe is’t in Balen Wezel?” steevast: “Het is Mol Wezel, bompa!”. Een klein verschil voor de mensheid .... Ik vond het heel grappig dat er in het stuk verwezen werd naar dit ‘grote onderscheid’ (“die van Mol zen omhooggevalle volk. Die klappen te hét op de letter”). Als kind was het mij te doen om de juistheid van informatie, eerder dan mij te willen distantiëren van die andere gemeente, pas veel later leerde ik dat er nog altijd restanten waren achtergebleven van die wederzijdse vooroordelen van weleer.
Toen mijn broer achttien werd en schoolmoe de schoolpoort definitief achter zich dichttrok kon hij ook beginnen als arbeider in de zinkfabriek. Die fabriek heeft hem enkele jaren later zijn jonge leven gekost. De Vieille Montagne heeft om verschillende redenen een belangrijke rol gespeeld in ons leven.
Mijn ouders moesten de avond van de voorstelling jammer genoeg afhaken omwille van ziekte, dus trommelden we twee Antwerpse nichtjes op.
Hoewel het verhaal zich een aantal jaren voor ik geboren was afspeelt, voelde het heel vertrouwd: de sappige Kempische dialecten en de volkse dialogen, de verwijzingen naar plaatsen en winkels en zelfs de gezinsdynamieken die ik herkende uit de verhalen van (groot)ouders, tantes en nonkels. Ik genoot van elke scène en voelde me heel erg verbonden met mijn wortels, daar in die kleine Antwerpse theaterzaal.
De Antwerpse nichtjes waren minder onder de indruk. Zij gaan regelmatig naar toneel en hoewel ze de acteerprestaties konden smaken en ze heel begaan zijn met maatschappelijke thema’s, hadden ze niks met dit stuk. Ze begrepen niet alle dialogen, de specifieke verwijzingen gingen aan hen voorbij, ze voelden geen connectie met het volkse karakter, noch met de historische achtergrond van het verhaal. Voor mij heel dichtbij, voor hen een ver-van-mijn-bedshow.
Dat deed mij nadenken over hoe relevant dit toneelstuk zou kunnen zijn voor jongeren uit het middelbaar. Zou ik hier met een klas veertienjarigen naartoe gaan?
Met OKAN alvast niet, de dialogen nemen een prominente rol in en omwille van het dialect gaat het grootste deel van boodschap waarschijnlijk verloren voor jongeren die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Voor een klas uit een Kempische school zou ik het nog aandurven, binnen het kader van een lessenreeks over taaldiversiteit zoals tussentaal en dialecten. Ik heb geen ervaring als leerkracht in het secundair onderwijs dus ik kan het moeilijk inschatten, maar ik heb het gevoel dat Groenten uit Balen te gedateerd is voor jongeren om een gesprek op gang te brengen over zaken als sociale ongelijkheid, stakingen en emancipatie. Misschien heb ik het mis.
Ik heb er in ieder geval heel erg van genoten, en als het stuk ooit opnieuw opgevoerd wordt, en mijn ouders zijn nog in goede gezondheid, overtuig ik hen opnieuw om mee te gaan.
Groe(n)tjes uit Balen.
Reactie plaatsen
Reacties